Bij mijn werk met leerkrachten van de indianengemeenschappen in de Peruaanse Andes loop ik regelmatig tegen verrassende ‘probleempjes’ aan. Deze keer ging ik met leerkrachten na waarom de scores van hun leerlingen zo laag waren.
Het valt me elke keer weer op: in de indianengemeenschappen kunnen de leerlingen aan het eind van de basisschool vaak niet eens eenvoudige sommetjes maken. Ze beheersen sommige basale vaardigheden helemaal niet.
Mechanistische rekenboeken
Met een groep leerkrachten uit de hoogste klassen ging ik in gesprek. 'Waar ligt dat nou aan?' vroeg ik.
'De sommetjes zijn te moeilijk voor die kinderen,' probeerde Juan.
En Roberto zei: ‘Er staan helemaal geen plaatjes in de lesboeken. Dus is het saai voor de kinderen.'
Julia zei: ‘Ze snappen helemaal niet wat ze aan het doen zijn; de wiskundetaal is voor de kinderen in Peru echt abracadabra’.
Dat laatste zie ik ook. De reken-wiskundeboeken die door de overheid worden verstrekt, zijn zo mechanistisch van opzet, dat bijvoorbeeld al in groep 3 de meest verschrikkelijke opgaven met verzamelingen moeten worden gemaakt.
De mooiste inbreng had Gregorio. Hij zei: 'De lesboeken die we moeten gebruiken, sluiten totaal niet aan bij de leefwereld van de indianenkinderen.'
Het leek me interessant om daarover verder te reflecteren met de groep. Hoe zou onderwijs eruitzien dat wél aansluit bij de leefwereld van de indianenkinderen en tegelijkertijd de Peruaanse kerndoelen nastreeft?
Aardappels meten
'Kijk,' zei Gregorio, 'deze dagen zijn alle kinderen thuis bezig met de aardappeloogst, onze trots van de hooglanden. Dus ben ik met de kinderen gaan rekenen met aardappels. In de schooltuin hebben de kinderen de aardappels gerooid en zijn ze gaan meten en rekenen: ze hebben de zwaarste aardappel gevonden door te wegen, ze hebben de aardappel met de grootste omtrek gemeten en ze hebben gekeken hoeveel er per vierkante meter groeien. Thuis hebben ze geteld hoeveel er per week worden gegeten, hoeveel de verkoop op de markt oplevert, enzovoort. De kinderen hebben zelfs smaaktests gedaan in de klas en we zijn ook met andere vakken met aardappels bezig geweest. Dit is méér dan rekenen. Als de lesboeken niet "landen" bij de kinderen, moet je als leerkracht dus zélf iets aan je onderwijs doen.'
Die Gregorio. Een trotse leerkracht die in zijn schooltje op 4200 meter hoogte eigenhandig ander onderwijs maakt. 'Wiskunde ligt op straat' zal zijn motto zijn. Of in zijn geval beter gezegd: op de aardappelakker!
Peruaans fotoalbum. Nieuwe foto's van Ortwins werk
Ortwin Hutten is pabo-docent en werkt in Peru voor de Stichting HoPe (Holanda-Peru). Hutten is bezig met een omvangrijk programma voor onderwijsverbetering, met name in indianengehuchten op soms wel 4300 meter hoogte.
Ortwin schrijft regelmatig over zijn ervaringen met leerkrachten en kinderen tijdens de reken-wiskundelessen.
