Bij mijn werk met leerkrachten van de indianengemeenschappen in de Peruaanse Andes loop ik regelmatig tegen verrassende situaties aan. Tijdens een van mijn eerste nascholingsbijeenkomsten in 2005 ging ik cultureel gezien volledig de mist in met mijn telcontexten.
'Waarom maken jullie niet veel meer gebruik van contexten dicht bij de kinderen?' vroeg ik. 'Daarmee wordt het onderwijs veel concreter. Het is toch veel leuker om bijvoorbeeld de lama’s rondom de school te tellen dan de abstracte telopdrachten in het rekenboek te maken?'
Ik zag mijn groepje leerkrachten ineens moeilijk kijken. En het bleef héél stil. Had ik een verkeerd woord in het Spaans gebruikt, waardoor ik ongewild iets lelijks had gezegd? Nee, het was iets anders.
Dieren tellen mag niet
'Meester,' zei Flavio, 'dat ligt een beetje moeilijk. In de cultuur van de hooglandindianen mag je geen dieren tellen. Dat brengt ongeluk. Dan kunnen ze zich niet meer voortplanten.'
Nu bleef ík even stil. Daarna vroeg ik: 'Maar als een schaapsherder aan het eind van de dag wil weten of al z’n dieren terug in de kooi zijn, hoe doet hij dat dan?'
'Meester, een herder herkent zijn dieren. Aan de hoorns, aan de vlekken, aan de ogen. Echt waar, hij observeert heel goed en telt niet. En dan zegt hij bijvoorbeeld: "De kleine zwarte ram met de grote oren ontbreekt."'
Voedsel leeft
'Oké, oké, laten we dan een ander nationaal symbool pakken. De aardappel bijvoorbeeld,' probeerde ik. 'Dat mag toch zeker wel?'
Maar opnieuw keken de leerkrachten moeilijk. 'Daarmee betoon je geen respect aan Pachamama, onze Moeder Aarde, die het voedsel heeft voortgebracht. Maar het mag wel,' zei Olga.
'Mooi, laten we dan eens kijken. Als ik wil dat 3 personen ieder 3 aardappels op hun bord krijgen, hoeveel moet ik er dan in totaal schillen?' vroeg ik, hoewel dat natuurlijk een onzinvraag was.
'Meester, dat kun je zo niet zeggen. Een gekookte aardappel tel je niet. Die is dood, die is altijd "nul". Voedsel leeft, tenzij het gekookt is.'
Er is altijd genoeg
Nu werd ik echt zenuwachtig. 'Goed, ik wil een zak met appels meenemen naar jouw school. Hoeveel moet ik er kopen zodat er genoeg is voor elk kind?' vroeg ik ongeduldig aan Maruja.
'Genoeg is genoeg, meester, de indianen zorgen er altijd voor dat er genoeg is. Wat ze krijgen, delen ze. U zegt het maar,' antwoordde Maruja geduldig.
Nederig droop ik af. Ik moest nog veel leren. Onderwijs maken in een andere cultuur is vooral luisteren, proeven, observeren, inleven. En samen aan de slag gaan.
Naschrift 2009
Sinds deze ervaring in 2005 heb ik tientallen nascholingsbijeenkomsten in Peru verzorgd. Hierin is het samen ontwerpen van onderwijs altijd het uitgangspunt. Realistisch reken-wiskundeonderwijs is geen exportproduct; het moet binnen elke cultuur opnieuw vormgegeven worden.
Peruaans fotoalbum. Nieuwe foto's van Ortwins werk
Ortwin Hutten is pabo-docent en werkt in Peru voor de Stichting HoPe (Holanda-Peru). Hutten is bezig met een omvangrijk programma voor onderwijsverbetering, met name in indianengehuchten op soms wel 4300 meter hoogte.
Ortwin schrijft regelmatig over zijn ervaringen met leerkrachten en kinderen tijdens de reken-wiskundelessen.
