Basisschoolleraressen die onzeker zijn over hun eigen rekenvaardigheden, brengen hun angst over op de meisjes in hun klas. Zij halen niet alleen slechtere resultaten voor het vak rekenen. Ze vinden bovendien dat jongens over het algemeen beter kunnen rekenen dan meisjes.
Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Chicago. In de Verenigde Staten is meer dan 90 procent van de docenten van groep 3 en 4 (first en second grade) vrouw.
Tekeningen en vooroordelen
De onderzoekers vroegen 17 leraressen naar hun angst voor rekenen. Daarnaast namen zij rekentestjes af bij 117 van hun leerlingen, zowel aan het begin als aan het eind van het schooljaar.
Ook moesten de leerlingen 2 kinderen tekenen; de een goed in rekenen, de ander in lezen. Op derze manier probeerden de onderzoekers te achterhalen of de meisjes geloofden in het vooroordeel dat jongens beter kunnen rekenen dan meisjes.
Vooroordelen
Aan het begin van het jaar was er niet veel verschil tussen de jongens en de meisjes. Stereotypes kwamen wel voor, maar overheersten niet. Bovendien waren de resultaten van jongens en meisjes vergelijkbaar.
Maar aan het eind van het jaar bleek een onzekere juf funest voor de resultaten. Zij hadden veel meisjes in hun klas die niet goed waren in rekenen. Deze meises waren er ook van overtuigd dat jongens beter zijn in rekenen dan meisjes.
Stereotype
Het stereotype werkt slechte resultaten in de hand, alsof de jonge meisjes niet eens meer proberen hun best te doen, terwijl dit voorafgaand aan het schooljaar niet meespeelde. De onderzoekers vinden dan ook dat leraressen die zelf onzeker zijn in rekenen, goed in de gaten moeten worden gehouden en advies moeten krijgen.
Meest recente artikelen
Zoek meer artikelen over rekenen
