Verslag van het symposium 'Rekenonderwijs. Hoe kan het beter?'
'Rol leerkracht cruciaal bij verbetering rekenonderwijs'
De rol van leerkrachten is cruciaal bij de verbetering van het rekenonderwijs. Dit is een van de belangrijkste uitkomsten van het symposium ‘Rekenonderwijs. Hoe kan het beter?’. Het symposium werd georganiseerd door Uitgeverij Zwijsen en vond plaats op 29 oktober 2008 in science center NEMO in Amsterdam.
Ruim 200 leerkrachten, schoolbestuurders en andere mensen uit het onderwijs bezochten het symposium, dat werd geleid door cabaretier Philip Walkate.
Enquête
Na de opening toonde Walkate de resultaten van een enquête over het rekenonderwijs. Uit de enquête blijkt onder meer dat een groot deel van het onderwijsveld vindt dat het rekenonderwijs verbeterd moet worden. Het rekenonderwijs richt zich te veel op de middelmaat en heeft onvoldoende aandacht voor zwakke en sterke rekenaars. Daarnaast vindt bijna de helft van de respondenten dat leerlingen aan het eind van groep 8 gemiddeld onvoldoende gecijferd zijn.
Tips
Vervolgens had Walkate een gesprek met rekendeskundige Mieke van Groenestijn.
Zij stelde dat er op zich niet zoveel mis is met de realistische rekenmethode. ‘Het commentaar dat nu gegeven wordt, heeft betrekking op slechts enkele onderdelen, namelijk de taligheid in de reken- en wiskundeboeken en de slechte beheersing van de cijfervaardigheden.’
Van Groenestijn gaf een aantal tips waarmee scholen het rekenonderwijs kunnen verbeteren. Zij stelde bijvoorbeeld dat taal geen struikelblok bij het rekenen mag zijn. Leerkrachten zouden daarom meer met concrete voorwerpen en afbeeldingen ('functionele visuele ondersteuning') moeten werken. Ook moet het basisonderwijs de inhoud en didactiek van het rekenonderwijs afstemmen met het voortgezet onderwijs. Op die manier zullen leerlingen hun schoolcarrière soepeler kunnen voortzetten.
Video-interview
Na het interview met Van Groenestijn was er een video-interview met Sharon Dijksma. De staatssecretaris van Onderwijs benadrukte de cruciale rol van leerkrachten bij de verbetering van het rekenonderwijs.
Bovendien moeten scholen zich bewust richten op het verbeteren van de leeropbrengst, aldus Dijksma. Dat kan bijvoorbeeld door deelname aan rekenverbetertrajecten, waarin zwakke en sterke scholen met elkaar samenwerken.
Gemiddeld goed
Onderwijsinspecteur Wim van de Grift besloot het programma vóór de pauze met
het beantwoorden van de vraag: ‘Hoe goed kunnen leerlingen rekenen?’
Gemiddeld rekenen Nederlandse leerlingen goed, wijzen internationale onderzoeken uit. Wel zijn er duidelijke problemen met cijfervaardigheden; met name vermenigvuldigen en samengestelde berekeningen zijn onvoldoende. Verder zijn er te veel rekenzwakke leerlingen in het voortgezet onderwijs.
Forumdiscussie
Na de pauze was er een forumdiscussie aan de hand van vragen uit het publiek. De discussie spitste zich toe op het belang van automatiseren en oefenen, de opvang en begeleiding van zwakke rekenaars en de discrepantie tussen de vrijheid van scholen, de rol van politiek en inspectie en het aanbod van educatieve uitgeverijen.
