Enquête over het rekenonderwijs
Leerkrachten: rekenonderwijs moet beter
Een groot deel van het onderwijsveld vindt dat het rekenonderwijs verbeterd moet worden. Het huidige rekenonderwijs richt zich te veel op de middelmaat en heeft onvoldoende aandacht voor zwakke en sterke rekenaars. Daarnaast vindt bijna de helft van de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs dat leerlingen aan het eind van groep 8 gemiddeld onvoldoende gecijferd zijn.
Dit blijkt uit een enquête van Uitgeverij Zwijsen. Via een online onderzoek op deze website onderzocht de uitgeverij de mening van mensen in het onderwijs.
In september en oktober beantwoordden circa 140 leerkrachten, schoolbestuurders, remedial teachers en schoolbegeleiders een aantal vragen over het rekenonderwijs.
Philp Walkate presenteerde de resultaten tijdens het symposium 'Rekenonderwijs. Hoe kan het beter?', georganiseerd door Uitgeverij Zwijsen.
De respondenten waren als volgt verdeeld:
- leerkracht (48%)
- manager basisschool (13%)
- onderwijsbegeleider (7%)
- remedial teacher (13%)
- anders (23%).
Uit de antwoorden kunnen de volgende conclusies getrokken worden:
- Ook het onderwijsveld ervaart het rekenonderwijs als een probleem.
- Leerlingen hebben aan het eind van
groep 8 een onvoldoende niveau van gecijferdheid. - Er moet een structurele oplossing komen om de kwaliteit van het rekenonderwijs te verbeteren.
- De plaats van rekenen in het onderwijs, de didactiek en de aandacht ervoor wringen.
- De bestaande methoden veroorzaken uitval aan de onderkant en de bovenkant.
- De leerkracht zelf blijft een belangrijke factor voor goed rekenonderwijs.
- Ook in het voortgezet onderwijs zou het vak rekenen aangeboden moeten worden.
- Er is weinig vertrouwen dat de kabinetsaanpak ver genoeg gaat.
