Interview met Mieke van Groenestijn
'Zorg voor goed vervolg schoolcarrière'
<< Vorige 1 2 3 4 5 Volgende >>
Waarom leren kinderen eigenlijk nog cijferen? Ze kunnen toch een rekenmachine gebruiken?
Het cijferen staat al ongeveer 10 jaar ter discussie. Het is belangrijk dat kinderen zich in het dagelijks leven zonder technische hulpmiddelen kunnen redden, dus ook berekeningen kunnen uitvoeren op papier zonder rekenmachine. In ieder geval eenvoudige berekeningen. Zodra het rekenen ingewikkeld wordt, kunnen ze een rekenmachine gebruiken. Maar het kan best zijn dat in de toekomst inderdaad minder wordt gecijferd.
Wat wil je bereiken met rekenonderwijs?
Rekenen is bedoeld om te gebruiken in het dagelijks leven en voor je beroep: 'functionele gecijferdheid' heet dat. En je hebt rekenen nodig om verder te leren. Dat noemen we 'schoolse gecijferdheid'. Ik heb het altijd over leren, loopbaan en burgerschap. Als je deze 3 dingen in je hoofd houdt, kun je daar in feite zelf al veel doelen bij bedenken.
Functionele gecijferdheid is voor iedereen anders. De rekenvaardigheid die je nodig hebt, is afhankelijk van je privéleven, van je werk en van de opleiding die je wilt doen. Een timmerman heeft andere rekenvaardigheid nodig dan een verpleegster, een architect of een elektromonteur.
Moet dan iedereen wat anders leren?
Gedeeltelijk. Er is wel een gemeenschappelijke basis. Iedereen wordt verondersteld een bepaald elementair niveau te hebben. 'Elementaire gecijferdheid' heet dat. Dat is de basis voor functionele gecijferdheid en dat willen we bereiken in het basisonderwijs. Vanaf het voortgezet onderwijs komt het rekenen voor een beroep of voor verder leren in beeld.
Hoe kunnen we het gat tussen primair en voortgezet onderwijs overbruggen?
Door leerlijnen vanaf groep 6 beter uit te lijnen naar de verschillende sectoren in het voortgezet onderwijs (vmbo en havo/vwo) en door te laten lopen in het voortgezet onderwijs.
In het voortgezet onderwijs is expliciete aandacht nodig voor rekenen. Nu is het nog altijd zo dat kinderen leren rekenen in het basisonderwijs en vanaf het voortgezet onderwijs wiskunde krijgen. Ook de methoden sluiten niet bij elkaar aan. Hoofdstukken in een wiskundeboeken over rekenen en extra katernen voor rekenen in het voortgezet onderwijs sluiten niet aan bij het rekenen dat kinderen in het basisonderwijs hebben gehad. Er moeten dus meer zogenaamde 'POVO-projecten' komen, met het accent op taal en rekenen.
Tip 3: Stem af met het voortgezet onderwijs
