Tabellen lezen (groep 7)

Doelen:
- oefenen van het invullen en aflezen van tabellen;
- oefenen van het berekenen van het gemiddelde;
- oefenen van geldrekenen.
Tijdsduur: 60 minuten.
Materialen:
Een van de lessen natuur in groep 7 ging over energie. Tijdens deze les werd onder andere uitgelegd hoe gas en elektriciteit ons huis en onze school binnenkomen. Daarbij werd ook aandacht geschonken aan gas- en elektriciteitsmeters en aan energiekosten.
Beginsituatie
De kinderen weten dat gas in kubieke meters (m³) wordt aangegeven en het verbruik van elektriciteit in kilowattuur (kWh). Samen zijn we op zoek gegaan naar de meterkast van onze school en hebben we de meters goed bekeken.
Een paar kinderen wilden de volgende dag nog eens gaan kijken om te zien of er nu een andere stand op de teller stond.
Voorbereiding en ander voorwerk
Ik heb een afrekentabel gas en een afrekentabel elektriciteit gemaakt. Op deze tabellen kunnen de dagen van de week, het tijdstip en de gasmeterstand of elektriciteitsmeterstand genoteerd worden.
De kinderen gaan gedurende één hele week op vaste tijden in tweetallen naar de meterkast en schrijven de tijd en de meterstand op. Op die manier zijn alle kinderen bij het ontstaan van de tabel betrokken.
Verwerking
Aan het einde van de week bevatten de afrekentabellen allerlei interessante gegevens. De kinderen gaan hier in subgroepjes mee aan de slag. Om de kinderen op gang te helpen geef ik ieder groepje een paar hulpvragen die ik vooraf op papier heb gezet:
• Wat kun je op deze tabel aflezen?
• Lopen de meterstanden op of af? Hoe komt dat?
• Wordt er iedere dag evenveel gas verbruikt? Hoe kom je daarachter?
• Wordt er iedere dag evenveel elektriciteit verbruikt? Hoe kom je daarachter?
• Welke gegevens kunnen we verzamelen met deze tabel?
• Wordt er ’s nachts ook elektriciteit of gas verbruikt? Hoe weet je dat?
Na een paar minuten inventariseer ik klassikaal wat de verschillende groepjes hebben bedacht:
• Je kunt aflezen wat er op één dag aan gas en elektriciteit verbruikt wordt. Je doet dit door het verschil uit te rekenen tussen de stand die op het vroegste tijdstip is opgeschreven en de stand die als laatste op die dag is genoteerd.
• Je kunt dan ook aflezen wat er ’s nachts verbruikt wordt: je rekent het verschil uit tussen de laatste stand ’s avonds en de eerste stand ’s ochtends.
• Je kunt zien op welke dag de meeste energie verbruikt wordt.
• Als we weten wat de prijs voor gas en elektriciteit is, kunnen we uitrekenen wat er door de school per dag betaald moet worden.
Ieder tweetal of groepje krijgt een werkblad gas of een werkblad elektriciteit. Op elk werkblad heeft de leerkracht de standen die de kinderen genoteerd hebben, al ingevuld.
Op het werkblad staan verder de prijzen voor gas of elektriciteit en een aantal rekenopgaven. De energieprijzen die op het werkblad genoemd worden, zijn fictief en komen dus niet exact overeen met de huidige energieprijzen.
De kinderen werken in groepjes of in tweetallen en mogen de vragen verdelen. Niet ieder kind hoeft dus alle berekeningen te maken. Als groep hebben ze aan het einde van de les hun conclusies getrokken.
Evaluatie
De groepjes presenteren hun uitkomsten aan de klas en vertellen hoe ze die gevonden hebben.
Extra
• Een kringgesprek over het besparen van energie. Je denkt daarbij na over welke apparaten veel energie gebruiken en welke weinig. Welke apparaten hebben we niet elke dag nodig en welke wel? Hoe zouden we binnen onze school het energieverbruik kunnen verminderen?
• De kinderen maken posters over energiebesparing en hangen die in de hele school op.
Dit is een les van leerkracht Margo. Bekijk ook haar andere lessen:
- Getallen (groep 1-2)
- Splitsingen van 10 (groep 3)
- Boodschappen doen (groep 3-4)
- Tellen met sprongen (groep 3-4)
- Analoge en digitale tijd (groep 4-5)
- Op schoolreis! (groep 5-8)
-
Inhoudsmaten (I) (groep 6-7)
-
Inhoudsmaten (II) (groep 6-7)
- Oppervlakte berekenen (groep 7)
