Boodschappen doen (groep 3-4)
Doelgroep: Groep 3-4 .
Doel:
-
Verkennen van munten en bankbiljetten.
-
Oefenen in het betalen van bedragen met munten en bankbiljetten.
Tijdsduur: 30 minuten.
Plaats: Een hoek van het lokaal, ingericht als winkel of toonbank.
Materiaal:
Algemeen: poster of foto’s van munten en bankbiljetten.
Activiteit a:
-
Doosje met alle munten en biljetten. Van alles zijn meerdere exemplaren aanwezig.
-
15 losse doosjes.
Activiteit b:
-
Kaarten waarop een product met prijs staat afgebeeld.
Activiteit c:
-
Kaarten met op de voorkant een product met prijs en op de achterkant een opdracht als 'Betaal met een briefje van 5 euro’.
Voorbereiding
Maak gelamineerde kaartjes met afbeeldingen van artikelen waar de prijs bij staat. Deze afbeeldingen kunt u bijvoorbeeld uit reclamefolders knippen.
Richt een hoek van de klas in als winkel of toonbank.
Hang een poster met afbeeldingen van munten en bankbiljetten op in de klas.
Uitvoering
Voer een kringgesprek met de kinderen over geld. Gebruik de poster en reclamefolders om het gesprek richting te geven. Stel hierbij vragen als:
-
Wie krijgt er weleens geld? (Bijvoorbeeld verdiend met klusjes, verjaardag, diploma, zakgeld e.d.) Hoeveel geld krijg je dan? Vind je dat veel/weinig?
-
Welke munten gebruiken wij? Welke munt is het minst waard? Welke het meest?
-
Wie mag er in de winkel weleens met echt geld betalen? Hoe gaat dat? Vind je dat moeilijk?
-
Hoe weet je wat iets kost?
-
Waar komt al het geld vandaan?
Bekijk samen de 'winkelhoek' in de klas. Vraag de kinderen wat er te zien is en hoe je in deze hoek zou kunnen spelen. Laat daarna zien dat er doosjes met geld en doosjes met opdrachtkaartjes zijn.
Activiteit a
Kinderen kunnen ervoor kiezen om zich eerst te oriënteren op de diverse soorten munten en biljetten. Deze groep begint met een doosje waarin geld van allerlei waarde zit. De munten en briefjes moeten gesorteerd worden in volgorde van oplopende waarde. De kinderen verzamelen de munten en briefjes in doosjes waarop de waarde staat (bijvoorbeeld '20 cent' of '5 euro').
Activiteit b
Weten de kinderen al hoe de diverse munten eruitzien en wat ze waard zijn, dan kunnen ze met de opdrachtkaartjes gaan werken. Een van de kinderen is de kassabediende. Een ander kind kiest een kaartje met een afbeelding en betaalt het bedrag gepast aan de kassa.
Activiteit c
De kinderen krijgen kaartjes met op de voorkant een product met prijs en op de achterkant een opdracht. De kinderen voeren de opdracht uit (bijvoorbeeld 'Betaal met
2 munten van 2 euro'). De kassabediende geeft vervolgens het juiste wisselgeld.
Zorg ervoor dat alle kinderen een keer in de hoek gespeeld hebben.
Evaluatie
Speel met de kinderen een rollenspel waarin te zien is wat de kinderen hebben geleerd.
Tips
-
Het is leuk om eens echt met de kinderen boodschappen te gaan doen. Is er in de buurt van de school een markt, dan zou u tweetallen of groepen van 3 of 4 kinderen de opdracht kunnen geven om zelf bijvoorbeeld kaas of groenten te kopen. Helemaal echt wordt het als de kinderen van thuis een klein boodschappenbriefje, een portemonnee en geld mee kunnen brengen.
-
Tijdens een schoolreisje worden vaak ijsjes uitgedeeld die door een van de begeleiders zijn gekocht. Het is leuker om ervoor te zorgen dat u genoeg los geld meeneemt om de kinderen zélf hun ijsje te laten kopen.
Dit is een les van leerkracht Margo. Bekijk ook haar andere lessen:
- Getallen (groep 1-2)
- Splitsingen van 10 (groep 3)
- Tellen met sprongen (groep 3-4)
- Analoge en digitale tijd (groep 4-5)
- Op schoolreis! (groep 5-8)
-
Inhoudsmaten (I) (groep 6-7)
-
Inhoudsmaten (II) (groep 6-7)
- Oppervlakte berekenen (groep 7)
- Tabellen lezen (groep 7)
