Tellen in de onderbouw (groep 1-3)
Doelgroep:
Groep 1-3
Doelen
- Kinderen leren de waarde van getallen (t/m 4, t/m 6 en t/m 10).
- Kinderen leren tellen.
Materiaal:
Tegenwoordig zijn er eierdozen voor
4 eieren, voor 6 eieren en voor 10 eieren. Verzamel voor elk aantal 2 dozen.
Gebruik eventueel plastic eieren of pingpongballetjes.
Voorbereiding
Laat de kinderen de gesloten eierdozen zien. Laat hen schatten hoeveel eieren in elke doos kunnen.
Na het schatten mag een kind een doos vullen met pingpongballen of plastic eieren.
Alle andere kinderen tellen hardop mee.
Lesactiviteiten
-
De doos met 4 eieren staat centraal. Laat nogmaals het aantal eieren in de doos tellen. Hierna doen alle kinderen hun ogen dicht. Vervolgens neemt u 2 eieren uit de doos en legt ze voor de doos. Sluit de doos. De kinderen mogen hun ogen opendoen. Hoeveel eieren zouden er in de doos zitten? Na het antwoord van de kinderen opent u de doos en de kinderen tellen het aantal: 2 eieren in de doos en 2 eieren buiten de doos. Samen 4!
-
Laat nu een leerling bovenstaande activiteit uitvoeren. Alle anderen sluiten de ogen. Het kind neemt een aantal eieren uit de doos en legt ze ervóór. De rest van de klas opent de ogen weer. Wie weet hoeveel eieren er in de doos zitten? Tel het samen na.
- Hierna gaan we over naar de doos met 6 eieren. Voer hiermee dezelfde activiteit uit als met de doos van 4 eieren. Laat de leerlingen uitleggen hoe ze weten hoeveel
eieren er in de doos zitten.
- Ook bij de doos met 6 eieren mag een kind de activiteit zelf uitvoeren. Wijs de kinderen er telkens op dat de eieren buiten en in de doos samen altijd 6 zijn.
- Pak de doos met 10 eieren. Vertel een korte context, bijvoorbeeld: 'We hebben een doos met 10 eieren. Vader, moeder, Bram en Lies eten ieder 1 ei op.' Neem 4 eieren uit de doos. Leg de eieren niet op tafel, maar hou ze uit het zicht van de kinderen. De leerlingen beredeneren hoeveel eieren nog in de doos zitten.
- Neem de doos van 4 eieren en leg er 5 losse eieren vóór. Kunnen alle eieren in de doos? De kinderen vertellen waarom wel of waarom niet.
- Voer dezelfde activiteit uit met de doos waar 6 eieren in kunnen.
Afsluiting
Zijn er al kinderen die weten hoeveel eieren er samen in 2 of 3 eierdozen zitten?
Tel samen. Wat zijn het er veel !
