Tafels automatiseren (groep 4-6)
Doelgroep: Groep 4-6.
Materiaal: Kaartjes, stroken papier,
stopwatches en/of zandlopers, zachte bal, dobbelstenen.
Alle gangbare rekenmethoden hebben mooie leergangen voor het aanleren van tafels. Ze besteden uitgebreid aandacht aan het verkennen, aanleren en vervolgens het gezamenlijk oefenen van de tafels. De laatste fase, het inoefenen en automatiseren, bestaat helaas echter vooral uit sommen maken.
Hieronder behandelen wij 6 belangrijke aspecten waaraan u aandacht kunt besteden bij het inoefenen en automatiseren.

Maak het doel van de les duidelijk
Wijs er voortdurend op dat de kinderen de uitkomst van een tafel direct moeten weten. Net als hun naam, daar hoeven ze ook niet meer over na te denken. 
Wat weten de kinderen al meteen?
Elke tafel bevat een aantal sommen waarvan je de uitkomst al weet. Dergelijke
sommen noemen we ankersommen.
- Bij de tafel van 4: 1 x 4, 4 x 4, 10 x 4.
- Bij de tafel van 6: 1 x 6, 5 x 6 en 6 x 6. En 6 x 6 (want dat klinkt zo lekker) en 2 x 6 (denk maar aan de klok).
Wie weet nog meer keersommen direct? Wat een kind al meteen weet van een tafel die u aan het inoefenen bent, schrijft u op het bord. 
Zorg voor veelzijdige oefeningen
Laat kinderen een paar keersommen kiezen uit de tafel die wordt ingeoefend. Ze noteren elke som op een kaartje: de keersom op de voorkant (6 x 4), de uitkomst op de achterkant (24). Van de ankersommen van de tafel maken de kinderen ook kaartjes.
Vervolgens gaan de kinderen in tweetallen werken. Het ene kind toont de voorkant van de kaartjes, het andere probeert zo snel mogelijk de uitkomst te zeggen. Hierbij
herhaalt het de volledige keersom: 6 x 4 = 24. Het gaat er namelijk om dat kinderen tafelsommen zowel op visuele als op auditieve basis automatiseren.
Ook een mooie oefening is het uitsluitend automatiseren op auditieve basis: het eerste kind verwoordt de keersom (6 x 4) en het andere kind antwoordt direct: 24. Hierna laat het eerste kind het kaartje zien (directe feedback). 
Werk ook andersom
Bij het inoefenen van tafels gaat het erom dat vraag en antwoord een cluster gaan vormen in het geheugen. Het kind moet als het ware gemakkelijk heen en weer kunnen springen tussen de keersom en het antwoord. Om dit te oefenen kunt u de kaartjes van aspect 3 gebruiken.
De kaartjes liggen op tafel, met de uitkomst naar boven. Elk kind zegt zo snel mogelijk om welke keersom het gaat. Bijvoorbeeld: een kind ziet het getal 36 en antwoordt '6 x 6'. Ook nu keert een van de kinderen het kaartje direct om ter controle. Welke leerling lost meer dan 10 kaartjes op binnen 30 seconden? 
Werk met de structuur van de tafel
Elke tafel heeft een structuur: het begint met 1 x en eindigt met 10 x. Ongeveer in het midden staat 5 x. Uit onderzoek blijkt dat kinderen veel steun hebben aan de plaats van een som binnen de structuur van een tafel. U kunt dat weer in tweetallen laten oefenen.
Elk kind schrijft de tafel groot en netjes op een strook papier. De keersommen die het meteen al weet, worden doorgestreept of afgeplakt.
Bijvoorbeeld: de tafel van 5. Ik weet al dat 1 x 5 = 5 bovenaan staat en 10 x 5 = 50 onderaan. In het midden staat 5 x 5 = 25. Ik weet dus al 3 keersommen van deze tafel. Die mag ik doorstrepen of afplakken. Het kind wijst vervolgens de 'verwijderde' sommen aan en verwoordt die.
Ten slotte besteden de kinderen aandacht aan de niet-afgedekte keersommen: ze gaan samen de plaats binnen de structuur na en relateren die aan de afgedekte keersommen. 
Zorg voor positieve druk
Juist door positieve druk wordt het geheugen aangesproken om directe verbindingen te maken. Als er geen positieve druk is, wordt de kennis vaak wel opgeslagen, maar is er nog geen sprake van direct weten. Positieve druk activeert het directe weten.
Allerlei spelvormen zorgen voor positieve druk. In onderstaande voorbeelden gaan we uit van de tafel van 4.
- Laat de kinderen in een kring zitten met een zachte bal. Degene die de bal heeft, zegt bijvoorbeeld 3 x 4 en rolt of gooit de bal naar een ander kind. Voordat dit kind de bal pakt of vangt, zegt het de uitkomst hardop.
- Verdeel de klas in tweetallen. Elk tweetal heeft 2 dobbelstenen. Het ene kind gooit de dobbelstenen (bijvoorbeeld 3 en 2). Het andere kind maakt de keersom die daarbij hoort (5 x 4 = 20).
- Hoeveel keersommen maak jij binnen 1 minuut? Laat deze opdracht zowel schriftelijk als mondeling in tweetallen uitvoeren. De kinderen geven elkaar directe feedback en schrijven het record op. Kun jij het record verbreken?
Uiteraard zijn er nog meer aspecten bij het inoefenen en automatiseren van tafels.
We komen hier later nog eens op terug.
Veel plezier!
