Procenten (2) (groep 7-8)
Doel: De leerlingen kunnen bewerkingen maken met procenten, zoals korting en winst.
Materiaal:
- percentagestrook

- advertenties


Voorbereiding
Neem de percentagestrook en beide advertenties over op het bord.
Laat de leerlingen twee percentagestrook op een vel papier tekenen.
Lesactiviteiten
Advertentie 1
De leerlingen lezen de advertentie van de televisieaanbieding.
Bespreek de context:
- Wat betekent 'korting'? Moet je dan meer of minder dan € 180 betalen?
('Korting' betekent dat je minder dan 100% hoeft te betalen.)
De leerlingen werken in tweetallen.
- Welk bedrag is 100%? Schrijf dit bedrag onder 100%.
- Hoeveel euro is elk hokje van de percentagestrook?
- Hoeveel hokjes ga je naar links voor 20% korting?
- Reken in tweetallen uit welke prijs je voor de tv betaalt.
Bespreek mogelijke oplossingen:
- 10 hokjes is 100% is € 180 euro.
1 hokje is 10% is 1/10 deel is 18 euro.
Je moet dus 2 hokjes (20%) naar links: de korting bedraagt € 36.
Je betaalt dus € 180 - € 36 = € 144 voor de tv.
- 20 % korting betekent dat 1/5 deel van de prijs afgaat.
1/5 deel van € 180 is € 36.
Je betaalt dus € 180 - € 36 = € 144 voor de tv.
- 100% is € 180, dus 10% (1 hokje) is € 18.
Je betaalt 80%. Dat zijn 8 hokjes.
8 x € 18 is € 144.
Advertentie 2
De leerlingen lezen de advertentie van de cd's.
Bespreek de context:
• Wat gebeurt er met de prijs van een doos cd's? (Blijft hetzelfde.)
• Wat gebeurt er met het aantal cd's in 1 doos? (Neemt toe.)
De leerlingen werken weer in tweetallen:
• Hoeveel cd's is 100%? Schrijf dit aantal onder 100%.
• Wat gebeurt er met het aantal?
• Hoeveel cd's krijg je voor dezelfde prijs?
Bespreek mogelijke oplossingen:
- 30 cd's is 100%
1 hokje 10% is 3 cd's.
Je krijgt er 20% is 2/10 deel is 6 cd's bij.
In totaal krijg je dus 30 + 6 is 36 cd's.
- 20% erbij betekent 1/5 deel van het aantal cd's erbij.
1/5 deel van 30 is 6.
In totaal krijg je dus 30 + 6 is 36 cd’s.
Zijn er nog andere oplossingen?
