Inhoudsmaten
Onderwerp
Het nauwkeurig meten van inhoudsmaten als liter, deciliter, centiliter en milliliter. 
Doelgroep
9-12 jaar.
Materiaal
Verzamel samen met uw kind voorwerpen waarvan u de inhoud kunt meten, zoals een maatbeker, verschillende soorten lepels, potjes, flessen, vazen, pannen, enzovoort.
Activiteiten
• Bekijk samen verschillende flesjes en flacons waarop de inhoud vermeld staat. Bijvoorbeeld een fles afwasmiddel van 500 ml, een kartonnetje frisdrank van 0,2 liter (200 ml) of een fles schoonmaakmiddel van 750 ml. Wat betekenen deze maten? (Ze geven de inhoud aan, oftewel: ze geven aan hoeveel erin zit/kan.)
• Bekijk de maataanduidingen op de maatbeker. De liter wordt verdeeld in 10 deciliter, 100 centiliter en 1000 milliliter (cc).
• Pak een fles. Schat samen hoeveel water in de fles gaat. Ga vervolgens met behulp van de maatbeker na wat de werkelijke inhoud is. Wie heeft er nauwkeurig geschat?
Herhaal met een thee- of limonadeglas.
• Kijk nog eens naar de spullen die u verzameld hebt. Zien we materiaal waar méér dan 1 liter in kan? (Bijvoorbeeld de pan of de vaas.) Meet het na.
• Meet vervolgens de hoeveelheid water die in de verschillendes soorten lepels kan. Hoeveel milliliter kan een soeplepel hebben? Hoeveel een theelepeltje? Wat zou een handige manier zijn om nauwkeurig te bepalen hoeveel er in een theelepeltje kan? (Bijvoorbeeld 50 theelepeltjes water in een maatbeker doen en en dan meten. Het totaal delen door het aantal lepeltjes.)
Tot slot mag uw kind 200 milliliter melk of frisdrank hebben. Of wil het liever 0,2 liter...?
Andere tips
voor ouders
Kaartspelletjes: sommen tot 10
Telliedjes voor kleuters (1)
Telliedjes voor kleuters (2)
Heeft u ook een rekentip voor thuis?
Stuur ons een e-mail.
