Differentiëren (algemeen)
Beste Jan,
Momenteel zijn wij (4 dames van de pabo) bezig met een praktijkonderzoek. Dit onderzoek gaat over niveauverschillen bij rekenen. Wij vinden het erg moeilijk om alle kinderen voldoende aandacht te geven, omdat er in onze stageklassen zoveel verschillende niveaus zijn. Heb jij enkele tips voor het omgaan met niveauverschillen?
Elma de Groot
Het is lastig om daar een eenduidig antwoord op te geven, omdat 'differentiatie' een containerbegrip is. Zo is er differentiatie in leerdoelen, in hoeveelheid rekenstof, in het niveau van de opdrachten, in werktempo en in aanpak en uitvoering (bijvoorbeeld handelen met of zonder materiaal).
Minimumdoelen
De reken-wiskundemethode die de school gebruikt, biedt belangrijke ondersteuning voor wie wil differentiëren in het rekenonderwijs. Bijna alle methoden geven bij elk blok minimumdoelen aan. Deze minimumdoelen gelden voor alle leerlingen. Daarnaast geven methoden basisdoelen, verrijkingsdoelen en/of plusdoelen aan. Deze doelen gelden voor de leerlingen die dergelijke doelen kunnen halen.
In de nieuwste methoden sluiten de minimumdoelen aan bij de zogeheten 1F-doelen (het fundamenteel niveau). De andere sluiten aan bij de doelen op niveau 1S (het streefniveau). Raadpleeg de website van de Stichting Leerplanontwikkeling voor meer informatie over 1F en 1S.
Zelfstandig werken
Behalve de organisatie in de klas is vooral het vermogen van leerlingen om zelfstandig te werken erg belangrijk bij gedifferentieerd (reken)onderwijs. De leerlingen moeten daarom eerst getraind worden in de 'spelregels' van zelfstandig werken. Dit vereist een gedegen voorbereiding en aanpak van de school, waarvoor zelfs speciale cursussen bestaan.
Toetsing en observatie
Door toetsing en observatie weet de leerkracht precies welke leerlingen extra aandacht nodig hebben ('zorgleerlingen'), wat de minimumdoelen zijn en welke leerstof daarbij hoort, wat het basispakket is en wat de verrijkingsopdrachten zijn.
De leerkracht maakt elke week een weekplan. Aan de hand hiervan kan hij in korte tijd de hele week goed voorbereiden en vormgeven. De rekenlessen worden dan als volgt vormgegeven:
- De leerkracht zorgt voor een korte introductie (spel/opdracht van 5 minuten) in tweetallen of in kleine groepjes.
- De leerkracht geeft vervolgens een instructie met veel interactie, zowel horizontaal (tussen leerlingen onderling) als verticaal (tussen leerkracht en leerling), inclusief modelgebruik en materiaalgebruik. Deze instructie duurt 15-20 minuten.
- Hierna gaat een groep leerlingen zelfstandig aan het werk met de minimumstof; een andere groep gaat aan de slag met de basisstof en gaat eventueel door met verrijkingsopdrachten.
- Tijdens het zelfstandig werken helpt de leerkracht steeds 3 à 4 zorgleerlingen aan de instructietafel. De leerkracht gebruikt hierbij materialen, modellen, tekeningen enzovoort. De leerlingen verklaren, vergelijken en geven reflectie.
- Na 10 minuten maakt de leerkracht een ronde door de klas en helpt waar nodig is. Hierna vraagt hij leerlingen zo nodig nogmaals bij de instructietafel.
Lees ook de praktische tips op de pagina Differentiëren (tips).
Heeft u ook een vraag aan Jan? Stuur ons een e-mail.
