Schaal (groep 7-8)
De leerlingen kunnen werken met het begrip 'schaal'.
Materiaal
Plattegronden van een woning. Klik hier om de plattegronden te openen en te printen.
Elke leerling beschikt over een liniaal.
Voorbereiding
Kopieer de 3 plattegronden voor elke groep.
Introductie
Het gezin Blij is op zoek naar een nieuwe woning. Het gezin bestaat uit vader, moeder, Ilse en Fred.
Ze hebben plattegronden van een woning gekregen.
Bekijk de plattegronden samen met de leerlingen.
Lesactiviteiten
Bespreek de plattegronden:
- Benedenverdieping. Hoeveel ramen telt de benedenverdieping? (3) Wat betekent de grote pijl?(ingang) Hoeveel deuren telt de gang? (3) Wat betekent het bliksemteken? (meterkast, elektriciteit) Wat kun je over de indeling van de keuken vertellen? (kookgedeelte, etc.)
- Eerste verdieping. Wat kun je vertellen over de indeling van de badkamer,? Hoeveel ramen telt elke slaapkamer?
- Tweede verdieping. De zolder heeft schuine, afgeplatte kanten. Hoe kun je dat zien? (gearceerd gedeelte aan weerszijden)
Uiteraard is het gehele gezin benieuwd naar de grootte (de oppervlakte) van de ruimtes. Hoe kunnen zij de oppervlakte te weten komen? (via de schaalberekening en de formule lengte x breedte) Schrijf op het bord: 'oppervlakte is lengte x breedte'.
Bespreek het begrip 'schaal': schaal 1 : 50 wil zeggen dat elke centimeter op de plattegrond in werkelijkheid 50 centimeter is.
De leerlingen berekenen in hun eigen groep de oppervlakte van de badkamer. Kies bij de klassikale nabespreking leerlingen die uitleggen hoe ze dit uitgerekend hebben. De badkamer is 8 cm lang en 6 cm breed. Dat is in werkelijkheid 4 bij 3 meter. De oppervlakte is dus 12 m². Besteed aandacht aan de oppervlakenotatie: de ² staat voor
2 maten, namelijk lengte en breedte.
Elke groep mag de oppervlakte van zoveel mogelijk ruimtes gaan berekenen via de schaal. Elke groep moet kunnen laten zien hoe ze dit uitgerekend hebben.
Ga per groep na of de leerlingen de berekening met schaal goed begrijpen.
Reflectie
Bespreek de opdracht klassikaal na.
Hoe bereken je de oppervlakte van de kamer op de benedenverdieping (inclusief keuken)? Bespreek mogelijke oplossingen:
- Gebruik hulplijnen. Het woongedeelte is 5,75 m x 3 m. Het tussenstuk is 3 m x 2,75 m. De keuken is... enzovoort. Je telt vervolgens alle oppervlaktes bij elkaar op.
- De totale oppervlakte van de benedenverdieping is 10 m x 5,75 = 57,50 m². De oppervlakte van de hal (toilet, gang, trap) is 3m x 3m = 9 m². De oppervlakte van de kamer is 57,50 m² - 9 m² = 48,50 m².
De leerlingen maken thuis een plattegrond maken op schaal van de eigen woonkamer of slaapkamer.
Uitbreiding
- Het gezin wil de oppervlakte van alle ruimtes weten in verband met het aanschaffen van vloerbedekking en/of tegels.
- Op de begane grond wil het gezin rolgordijnen voor elk raam aanschaffen. Wat is de breedte van de ramen?
- In slaapkamer 1 wordt een bed geplaatst van 1 m bij 2 m. Hoe moet je het bed plaatsen om zoveel mogelijk ruimte over te houden?

