Optellen tot 10
Beste Jan,
Wij verzorgen samen groep 3. We zouden graag meer leerlingen adequaat willen helpen bij het optellen tot 10. Kun je ons adviseren over een goede diagnostiek?
Julia en Frida, Amersfoort
Met onderstaande diagnostiek kunt u te weten komen op welke wijze de leerling het optellen tot 10 beheerst.
Om te beginnen stelt u de leerling op zijn gemak. Vertel dat u graag wilt weten of de leerling alles begrijpt en dat u hem opdrachtjes gaat geven. Hierbij zult u allerlei dingen opschrijven, anders vergeet u het.
Start met eenvoudige optelsommen. U noemt de sommen en de leerling zegt het antwoord. Bijvoorbeeld:
| 1 + 1 = | 2 + 2 = | 1 + 0 = | 6 + 1 = |
9 + 1 = |
Hierna volgen de zogenaamde 'kernopdrachten optellen'. Schrijf de sommen van tevoren op, zodat uw leerling ze hardop kan lezen. De kernopdrachten zijn:
| 2 + 7 = | 3 + 6 = | 2 + 5 = | 2 + 3 = | 4 + 2 = |
| 4 + 5 = | 4 + 3 = | 3 + 5 = | 2 + 6 = | 3 + 4 = |
| 1 + 8 = | 5 + 4 = | 6 + 3 = | 5 + 3 = | 6 + 4 = |
Observeer de leerling tijdens het rekenen:
-
Ga na of de optellingen geautomatiseerd zijn. (De leerling geeft binnen 3 seconden een goed antwoord.)
-
Ga na of de leerling telt (zowel het startgetal als het getal dat erbij komt).
-
Ga na of de leerling doortelt vanaf het startgetal.
-
Ga na of de leerling met de vingers telt.
-
Ga na of de leerling gebruikmaakt van inversie (2 + 6 wordt 6 + 2).
-
Ga na of de leerling gebruikmaakt van dubbelen (4 + 5 wordt 1 minder dan 5 + 5).
Vervolgens gaat u mondeling na of de leerling de dubbelen kent:
| 2 + 2 = | 5 + 5 = | 3 + 3 = | 4 + 4 = |
| dus 3 + 2 = | dus 5 + 4 = | dus 4 + 3 = | dus 5 + 4 = |
Ten slotte gaat u na of de leerling het aanvullen tot 10 beheerst en de splitsingen kent:
| 10 = 2 + | 10 = 9 + | 10 = 7 + | 10 = 4 + | 10 = 8 + | 10 = 5 + |
| 6 + 4 = | 7 + 3 = | 2 + 8 = | 5 + 5 = | 4 + 6 = | 3 + 7 = |
Tijdens bovenstaande activitetien kunt u doorvragen bij de leerling en/of de leerling hardop laten rekenen.
