Optellen en aftrekken
Doelgroep: groep 3-4.
Materiaal: 1 dobbelsteen, pen en papier.
Ouders krijgen vaak het advies om thuis eenvoudige optel- en aftreksommen te oefenen met hun kind. Dit kan op een
speelse manier.
Gooi om de beurt met de dobbelsteen. Zodra de dobbelsteen stilligt, zegt uw kind het aantal stippen. Het is niet de bedoeling dat het de stippen
eerst telt.
Vervolgens noemt uw kind een getal, bijvoorbeeld 4, en schrijft dit groot op een vel papier. Gooi weer om de beurt met de dobbelsteen. Telkens noemt uw kind onmiddellijk de som van het aantal ogen en het getal 4.
Bijvoorbeeld: er wordt 2 gegooid. Uw kind zegt de uitkomst: 6 (want 2 + 4 = 6.) Het is belangrijk dat uw kind eerst de uitkomst zo snel mogelijk zegt en dan pas de verklaring.
Na deze oefening noemt uw kind opnieuw een willekeurig getal, bijvoorbeeld 3,
en schrijft dit op. Uitgaande van het aantal ogen werkt uw kind nu toe naar dit getal.
Bijvoorbeeld: er wordt 1 gegooid. Uw kind zegt: 1 + 2 = 3. Of: er wordt 6 gegooid.
Uw kind zegt: 6 – 3 = 3.
Wanneer deze oefeningen lekker vlot gaan, neemt u dan een tweede dobbelsteen. Moedig uw kind aan om bij elke oefening snel te reageren.
De oefeningen kunnen uw kind veel energie kosten. Oefent u daarom niet langer
dan 10 minuten.
Andere tips
voor ouders
Kaartspelletjes: sommen tot 10
Telliedjes voor kleuters (1)
Telliedjes voor kleuters (2)
Heeft u ook een rekentip voor thuis?
Stuur ons een e-mail.
