Kolomsgewijs delen vs. staartdelen
Beste Jan,
Wat is het nadeel van kolomsgewijs delen ten opzichte van cijferend staartdelen?
Marieke Waaijer
Kolomsgewijs delen laat de leerling ‘schattend rekenen’. Doordat bij kolomsgewijs delen het gehele deeltal in tact blijft, moet de leerling in eerste instantie schatten hoeveel keer de deler in het deeltal past. Wanneer de leerling ’voorzichtig’ schat, volgt een lange procedure om de deling op te lossen. De leerling maakt dan bijvoorbeeld telkens stappen van 10 keer de deler.
Daarnaast vraagt kolomsgewijs delen de vaardigheid om ‘handig te rekenen’. Wanneer de leerling telkens inschat hoeveel keer de deler in het deeltal past, gaat hij al hoofdrekenend na wat de uitkomst is van ‘deler maal ingeschat aantal’.
Bijvoorbeeld: 70.400 gedeeld door 35. De leerling schat dat 35 ruim 1000 keer in 70.400 past. Een leerling die handig kan rekenen, komt al snel tot de conclusie dat de deler wel 2000 keer past. Bij een leerling die dit niet kan, duurt het allemaal dus iets langer.
Ten slotte houden de getallen bij kolomsgewijs rekenen i.t.t. bij cijferend rekenen de volledige betekenis. Dat betekent dat wanneer de leerling nagaat hoeveel rest er overblijft wanneer hij de deler een aantal keer heeft toegepast, zich eerder kan vergissen. De getallen zijn immers groter dan wanneer hij na een staartdeling de rest wil bepalen.
Bovenstaande nadelen van kolomsgewijs delen zien voorstanders van deze manier van rekenen echter juist als voordelen:
-
De leerling komt tot inzichtelijk schatten bij kolomsgewijs delen.
-
De leerling past handig rekenen toe.
-
Het deeltal houdt als getal de volledige betekenis.
Zo zie je dat voor- en tegenstanders argumenten vinden om hun opvatting te ondersteunen. Wat door de één een voordeel wordt genoemd, ziet de ander als nadeel.
