Structuur van getallen (groep 4)
Beste Jan,
Ik ben een leerkracht van groep 4. De leerlingen in mijn klas hebben een oppervlakkig begrip van getallen. Weet jij een goede oefening voor getalbegrip voor mijn leerlingen?
Irene, leerkracht groep 4, Eindhoven
Getalbegrip bestaat uit meerdere aspecten: de plaats van het getal in de getallenrij en op de getallenlijn (positioneren), de structuur van het getal (samenstelling van het getal bijvoorbeeld 48 bestaat uit 40 en 8) en de waarde van het getal (48 heeft de waarde van 4 tientallen en 8 lossen, 48 is 2 lossen minder dan 50). Opvallend is dat aan de structuur van het getal zeker in de middenbouw relatief weinig aandacht wordt geschonken. Juist om dit aspect van het getalbegrip te oefenen heb ik de volgende oefening, over ‘netwerken’, voor jou.
Je werkt een voorbeeld uit op het bord. De leerlingen doen mee op papier.
- Teken eerst een cirkel en zet het getal 40 in de cirkel. Teken twee pootjes aan de cirkel met aan elk pootje weer een cirkel. Vraag: Wat kan in deze twee cirkels staan? Er zijn talrijke oplossingen als de twee getallen maar samen 40 vormen. Plaats in elke cirkel het getal 20.
- Teken daarna weer twee pootjes vanuit de cirkels met 20. Stel dan weer de vraag: Wat kan in deze twee cirkels staan? Dat kan bijvoorbeeld zijn 10 en 10 maar ook 16 en 4. Bij 10 en 10 kan het netwerk verder worden uitgebreid met elk 5 en 5. Bij 16 en 4 kan het netwerk groter worden, namelijk 16 wordt 8 en 8 en elke acht wordt 4 en 4 en elke 4 naar 2 en 2. De 4 wordt uiteraard 2 en 2 en dan elke 2 naar 1 en 1. Op deze wijze ontstaat een groot netwerk.
- Tot slot gaan de leerlingen zelf aan de slag. Start met mooie getallen zoals 60, 80 en 100. Iedereen maakt zijn eigen netwerk en laat het geheel controleren door zijn buurman. Het mooiste netwerk wordt uiteraard netjes opgeprikt. Later verder gaan met deze oefening met de getallen als 36, 48, 84.
Op deze wijze wordt de structuur van getallen verdiept. Succes ermee!
Heeft u ook een vraag aan Jan? Stuur ons een e-mail.
