Grote getallen (groep 8)
Veel leerlingen vinden het interessant om grote getallen te zien. Niettemin wordt hier op de basisschool vrij sporadisch aandacht aan geschonken. Door middel van goede contexten kunnen we leerlingen uitdagen om met grote getallen te werken.
Doel
- De leerlingen maken kennis met grote getallen.
- De leerlingen kunnen grote getallen lezen, uitspreken en schrijven.
Materiaal
- papier (A4-formaat)
In deze les werken de leerlingen in tweetallen.
Voorbereiding
Deze les vraagt weinig voorbereiding. Verzamel contexten van grote getallen. Verzamel daarnaast informatie als:
- het aantal inwoners van de gemeente waarin de school staat
- het aantal inwoners van Nederland
- afbeeldingen van de Amsterdam ArenA en de Rotterdamse Kuip
Introductie
Vraag aan elk tweetal: Hoe heten de grote stadions in Rotterdam en Amsterdam? Schat eens hoeveel mensen er in die stadions kunnen. Schrijf de antwoorden op het bord.
Bespreek de antwoorden:
- In Amsterdam staat de Amsterdam ArenA met 52.960 zitplaatsen.
- In Rotterdam staat Stadion Feijenoord (bijgenaamd De Kuip) met 51.577 zitplaatsen.
Schrijf de getallen op het bord en wijs op de uitspraak:
- 1.000 is duizend. Lees tot de eerste punt. Dit zijn de duizendtallen.
- Lees vervolgens de overige getallen.
- Bijvoorbeeld: 51.577 is éénenvijftigduizend vijfhonderdzevenenzeventig.
Vertel dat in Noord-Korea een stadion staat met 120.000 zitplaatsen. Wie kan dit getal goed opschrijven ?
Leeractiviteiten
- Tijdens een van de laatste voetbalwedstrijden van FC Barcelona was het stadion helemaal vol: er waren 118.289 toeschouwers. Wie kan dit aantal goed opschrijven? Wie spreekt het aantal goed uit? Passen alle inwoners van onze gemeente in dit stadion?
- Wie kan 2 miljoen opschrijven? Ga de resultaten na. Eén miljoen is duizend maal duizend, dus een 1 met zes nullen (1.000.000). Hoeveel inwoners heeft Nederland ongeveer? Geef het precieze aantal (bijvoorbeeld 16.569.645). De leerlingen schrijven het aantal op en proberen het goed uit te spreken. Bespreek de resultaten. Wijs vooral op de uitspraak en besteed aandacht aan de plaats en de betekenis van de punten.
- Vertel dat onze regering 18 miljard euro wil bezuinigen. Wie kan dit getal opschrijven? Bespreek de resultaten. Eén miljard is duizend miljoen, dus een 1 met negen nullen (1.000.000.000). Om enige indruk te geven van de grootte van één miljard, kunt u vertellen dat 1 miljard seconden ongeveer 31½ jaar duren ...
- In tweetalllen laten de leerlingen elkaar om beurten een groot getal (tot 1 miljard) opschrijven. Ze schrijven het getal zelf ook op. Daarna vergelijken de leerlingen het met elkaar. Bespreek een aantal voorbeelden met speciale aandacht voor de plaats en de betekenis van de punten.
- De afstand tussen de maan en de aarde is gemiddeld ongeveer 384.000 kilometer. Als je ongeveer 40.000 meter per dag loopt, hoeveel dagen duurt dan de reis van de aarde naar de maan? (9600 dagen, oftewel meer dan 26 jaar!) Bespreek de resultaten.
Tot slot enkele uitsmijters:
- Wie kan uitrekenen hoeveel seconden er in een eeuw gaan? (Uitgaande van
365 dagen per jaar: 3.153.600.000 seconden. Dus: drie miljard, honderddrieënvijftig miljoen, zeshonderdduizend.)
- Wie heeft weleens gehoord van een biljoen? Dat is een 1 met twaalf nullen (1.000.000.000.000). Eén biljard is een 1 met vijftien nullen: 1.000.000.000.000.000.
Reflectie
Laat de leerlingen thuis grote getallen (aantallen) opzoeken met behulp van de computer. Ze noteren de voorbeelden en nemen ze mee naar school.
