Rekensom met bijen (groep 7-8)
Doel: De kinderen lossen in tweetallen een vraagstuk op dat betrekking heeft op de productie van honing.
Materiaal:
• werkblad Honing in aantallen kilometers en tussenstops;
• potlood;
• atlassen;
• rekenmachines.
Voorbereiding:
• Kopieer voor elk kind een exemplaar van het werkblad 'Honing in aantallen kilometers en tussenstops' (zie 'Materiaal').
• Leg atlassen en rekenmachines op een centrale plaats in het lokaal.
Uitwerking
Breng de kinderen in de sfeer van het thema aan de hand van de volgende vragen:
• Wat weet je over de honingbij? (Zorg ervoor dat hier in ieder geval de productie van honing aan bod komt. Lees eventueel de achtergrondinformatie.)
• Wie eet er weleens honing?
• Heb je enig idee hoeveel werk bijen moeten verzetten om een pot honing te vullen? (Laat de kinderen hier enkele schattingen geven. De schattingen mogen betrekking hebben op verschillende aspecten, zoals de tijd die een heel bijenvolk of één enkele bij nodig heeft om een pot te vullen. Noteer enkele van die uitkomsten op het bord, maar geef er geen commentaar op.)
Deel het werkblad ‘Honing in aantallen kilometers en tussenstops’ uit. Vertel de kinderen dat ze in tweetallen een antwoord gaan zoeken op beide opdrachten. Ze mogen gebruikmaken van de rekenmachine en de atlas.
Geef de tweetallen de volgende aanwijzing: ‘Onderzoek eerst wat je moet weten om het juiste antwoord te kunnen geven. Ga dan na in welke volgorde je die gegevens moet gebruiken om het probleem op te lossen.’
De tweetallen gaan aan de slag. Geef de kinderen de gelegenheid om met elkaar te overleggen en gegevens te vergelijken.
Nabespreking
Bespreek de opdrachten na. Let op: de correcte uitkomst is niet belangrijk. Bovendien is die niet nauwkeurig te geven. De uitkomst hangt immers af van verschillende inschattingen en berekeningen en die zijn hier slechts heel grof uit te voeren.
Bij de bespreking van de opdracht staan dan ook 2 andere zaken centraal:
• Zijn de schattingen en berekeningen gebaseerd op realistische voorstellingen?
• In welke volgorde moet je de berekeningen en schattingen uitvoeren?
Hier volgt een voorbeeld. (Let op: alles hangt af van de geschatte gegevens waarmee de kinderen aan de opdracht beginnen!)
• Hoeveel theelepels honing gaan er in 1 kilogram? (Bijvoorbeeld: 300 theelepels.)
• Hoe groot is de afstand München-Moskou? (Bijvoorbeeld: 2200 kilometer.)
• Hoeveel kilometer moet de bij vliegen? (In ons voorbeeld: 300 x 2200 = 660.000 kilometer, oftewel bijna 17 keer de aarde rond!)
• Hoe vaak maakt de bij daarbij tussenlandingen? (1 miljoen keer het aantal theelepels honing dat in 1 kilogram past. In ons voorbeeld dus 300 miljoen keer.)
Laat de kinderen ervaren dat er meerdere oplossingen mogelijk zijn. Maak ze erop attent dat dit te maken heeft met verschillende inschattingen en berekeningen.
